Oeuvre Maja van Hall in Beelden aan Zee

25 JANUARI 2012, DEN HAAG
Samenvatting
Van 30 januari t/m 3 juni 2012 toont museum Beelden aan Zee in Scheveningen een overzicht van het werk van Maja van Hall, onder de titel: ‘Mijn werk is mijn biografie’. Haar oeuvre is het onderwerp van het zesde deel uit de serie monografieën van het Sculptuur Instituut en van de bijbehorende tentoonstelling. Binnen de serie monografieën is dit het eerste deel waaraan de kunstenaar zelf actief heeft meegewerkt, en het is de eerste monografie van een vrouwelijke kunstenaar.

Van 30 januari t/m 3 juni 2012 toont museum Beelden aan Zee in Scheveningen een overzicht van het werk van Maja van Hall, onder de titel: ‘Mijn werk is mijn biografie’.

De oprichters van museum Beelden aan Zee kochten in de jaren tachtig van de vorige eeuw een kunstwerk van Maja van Hall, De Stap. Later, in 1997, exposeerde Van Hall in het museum verschillende kunstwerken tijdens de tentoonstelling ‘Vrouw in beeld’. Eind januari 2012 wordt zij 75 jaar. En bij een verjaardag hoort een cadeau; haar oeuvre is namelijk het onderwerp van het zesde deel uit de serie monografieën van het Sculptuur Instituut en van de bijbehorende tentoonstelling. Binnen de serie monografieën is dit het eerste deel waaraan de kunstenaar zelf actief heeft meegewerkt, en het is de eerste monografie van een vrouwelijke kunstenaar.

Van Hall werd opgeleid aan de Koninklijke Academie in Den Haag en de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Al in haar opleiding kiest ze een eigen koers. Zo schreef José Boyens in 1982 over haar “Het werk van Maja van Hall valt buiten een driedubbele Nederlandse traditie”[1]. Maar in haar materiaalkeuze is ze juist wel traditioneel. Ze werkt veel in brons en later ook in gips en steen.

In haar oeuvre zien we in kleine plastieken humoristische voorstellingen, die een verhaal vertellen en indrukken tonen uit haar directe omgeving, zoals In Kloostertuin waarin we twee nonnen op stelten zien en De Kiek dat een familieportret voorstelt. Tevens beeldt Van Hall spelende jonge kinderen op stepjes en met auto’s uit. Ze toont ook een kritische visie op de maatschappij met beelden als Sloofje, Strijd en haar Demonstraties. In de jaren zeventig verandert haar werk rigoureus. Ingebonden figuren op stoelen en liggend als mummies verschijnen in brons. Ook maakt ze schelpwezens waarbij de schelp staat voor het beschermen van het kwetsbare maar ook voor het afschermen, het onbereikbaar zijn. Vanuit de gebonden-beelden ontwikkelt Van Hall vanaf eind jaren zeventig een meer gestileerde vormtaal. Grote en krachtige werken ontstaan, zoals Trône de Sagesse, de marmeren Samen, en weer later Nucleus en Ensimismada, dat in het Spaans in zichzelf gekeerd betekent. In 2003 toont zij een enorme, knalblauwe uitvergroting van haar stofzuigende Sloofje uit 1967 op het Lange Voorhout tijdens ‘Den Haag Sculptuur’. Een modern feministisch icoon dat wordt omgedoopt tot Filosloof.  

Naast haar vrije werk, krijgt ze tal van opdrachten, exposeert zij in binnen- en buitenland en vindt haar kunst ook de weg naar museale- en particuliere collecties.

Parallel aan de tentoonstelling ‘Mijn werk is mijn biografie’. De beeldhouwkunst van Maja van Hall, loopt de tentoonstelling The Spider’s Strategy van de Israëlische kunstenares Ruthi Helbitz Cohen. In de unieke installatie The Spider’s Stategy, zoals deze wordt getoond in het Kabinet van museum Beelden aan Zee, zal Helbitz de connecties tonen tussen leven en dood, jeugd en verlies. Al deze tegenstellingen zullen onthuld worden in dit bijzondere kunstwerk. De tentoonstelling The Spider’s Stategy toont een kijkje in de hedendaagse kunstscene van Israël. Tegen elk stereotype in, tegen alles in wat wordt verwacht van een kunstenaar die in een land leeft met grote politieke conflicten. De uitgangspunten van Helbitz’ kunst gaan verder dan tijd en plaats, ze zijn grensoverschrijdend en vormen een symbool van herkenning voor iedereen.

In dezelfde periode is in de grote zaal van het museum de tentoonstelling Jacques Lipchitz, de collectie van het Israel Museum Jerusalem te zien.

www.beeldenaanzee.nl



[1] Boyens onderscheidt het impressionistisch realisme (vooral figuratief), de plastiek waar het volume centraal staat (voorbeeld Brancusi) en de constructieve richting (vooral abstract) [J. Boyens, Venlo, 1982]. 

Citaten
"Het werk van Maja van Hall valt buiten een driedubbele Nederlandse traditie" José Boyens in 1982 | Boyens onderscheidt het impressionistisch realisme (vooral figuratief), de plastiek waar het volume centraal staat (voorbeeld Brancusi) en de constructieve richting (vooral abstract) [J. Boyens, Venlo, 1982].
Afbeeldingen
Contactpersonen
berichten